Home / Te zien / De Collectie / 54. De brandspuit

54. De brandspuit

Omstreeks 1700 beschikte IJsselstein al over een slangenbrandspuit (in 1672 uitgevonden door Jan van der Heyden) en ruim dertig jaar later over een tweede. Daarmee kwam een einde aan een tijdperk van brandbestrijding met alleen emmers. Een eerste "Lijste van de brandmeesters, assistenten, geaffecteerdens, officiers en picqueniers" werd in 1737 vastgesteld.
In 1911 stonden er vijf, onder meer in de brandspuithuisjes bij de IJssel- en Benschopperpoort. Het korps piekeniers zorgde voor handhaving van de orde.
Helaas bleek dit materieel bij lange na niet afdoende voor de bestrijding van de grote kerkbrand op 10 augustus van dat jaar, uitgebroken in een nabijgelegen sigarenfabriek. In allerijl werd een bode per motorfiets naar Utrecht gestuurd met het verzoek om bijstand. De hulp kwam te laat en de kerk brandde volledig uit. Direct werd het besluit genomen tot reorganisatie van de brandweer en de aanschaf van een stoombrandspuit. De rol van de handspuiten was toen snel uitgespeeld.
collectie: Stadsmuseum IJsselstein




< vorig voorwerp     -     ^ terug naar overzicht ^      -     volgend voorwerp >